페이지 이미지
PDF
ePub

zal de wit en zwart verticaal gestreepte fluitboei, S. F., thans liggende op ongeveer 2', zm. N. 54° 0. van de opgegeven ligplaats van het lichtschip, voor goed worden opgenomen.

Pacific. 168. Licht wordt ontstoken. Leahi. Honolulu. Sandwich eilanden. Van een nieuw gebouwd wordenden lichttoren op Leahi (Diamond head), 0.-lijk vaarwater naar Honolulu, zal een wit en rood vast licht worden ontstoken, zichtbaar, bij helder weder, tot op 20 zm. De lichttoren komt op ongeveer 225 M. be W. het seinstation aldaar te staan. Ligging ongeveer: 21° 15' 35" N.b..en 157° 48' 40" W.1.

Verhouding tusschen Oorlogvoerenden

en Neutralen *).

Wanneer twee of meer staten met elkander in oorlog geraken, dan heeft elke andere staat het recht zelf te beslissen of hij hieraan wil deelnemen dan wel onzijdig blijven. Op dezen regel bestaan slechts enkele uitzonderingen; de onzijdigheid van Zwitserland, België en Luxemburg is bij verdragen geregeld. Vóór 1866 verkeerde Nederland in een zeer bijzonder geval, doordat de provincie Limburg deel uitmaakte van den Duitschen Bond. Toen had dus Duitschland het recht te vorderen, dat het Limburgsche contingent aan een oorlog zou deelnemen en in dit geval kon men niet vergen, dat de tegenpartij de onzijdigheid van Nederland zou erkennen. Sedert bovengenoemd jaar is deze onnatuurlijke toestand gelukkig opgeheven.

Indien een staat onzijdig wenscht te blijven is het niet noodig dit opzettelijk te verklaren, doch in de meeste gevallen wordt het wel gedaan. Het volkenrecht erkent slechts twee toestanden: men voert oorlog of men is onzijdig. In de praktijk bestaan er echter verschillende vormen van onzijdigheid. Toen Rusland en Turkije oorlog voerden, kon Nederland onzijdig blijven zonder dat het hiervoor eenigerlei maatregelen behoefde te nemen; in den Fransch-Duitschen oorlog werd de geheele Nederlandsche krijgsmacht gemobiliseerd om tegen mogelijke schending van de neutraliteit te waken; later zullen we nog een anderen vorm van gewapende neutraliteit bespreken.

*) De beschouwingen en regels, welke in dit stuk voorkomen, zijn in hoofdzaak ontleend aan de werken van onze landgenooten J. C. C. DEN BEER POORTUGAEL en J. H. FERGUSON, beide erkende autoriteiten op dit gebied. Het stuk maakt geen aanspraak op volledigheid, maar bevat naar onze meening de hoofdzaken, die de gezagvoerder van een neutraal koopvaardijschip in de tegenwoordige omstandigheden dient te weten.

[ocr errors]

1

De neutraliteit brengt van zelf mede dat de staat zelf geen enkele daad verricht, waardoor hij rechtstreeks of zijdelings aan den oorlog zou deelnemen, dat hij volkomen onpartijdig blijft tusschen de oorlogvoerende partijen en dat hij niet gedoogt, dat zijn eigen onderdanen of anderen zijn toestand van onthouding schenden. Hij mag dus in de eerste plaats geen troepen, wapenen, enz. aan een der partijen leveren, geen aanwerven, organiseeren of vervoeren van troepen op of over zijn gebied toelaten, enz. Willen enkele onderdanen van een onzijdigen staat bij een der oorlog voerenden dienst nemen, dan is het niet doenlijk dit te beletten; om te voorkomen, dat op deze wijze enkele personen in staat zouden zijn de onzijdigheid van hun land te doen verloren gaan, is de bepaling gemaakt dat zulke personen hunne nationaliteit verliezen, Een Nederlander, die op de Amerikaansche vloot dienst neemt om Spanje te bevechten, of omgekeerd, houdt hierdoor op Nederlander te zijn ; Nederland kan dus niet meer aansprakelijk gesteld worden voor zijne daden.

Strikt genomen is de onzijdige staat niet verplicht te beletten, dat zijn onderdanen wapens en krijgsvoorraad aan de oorlog. voerende partijen verkoopen; als echter deze leveringen in het groot geschieden dan ontstaat het gevaar, dat de onzijdigheid niet langer erkend zal worden en het belang van den staat brengt dus mede dit tegen te gaan.

Koopvaardijschepen van alle natiën, ook van de oorlogvoerende partijen, worden in onzijdige havens toegelaten; ditzelfde geldt ook voor oorlogsschepen, doch voor deze, als zij in oorlog zijn, in den regel slechts tot een beperkt aantal en voor korten tijd, natuurlijk met dezelfde beperkingen voor de beide partijen. De beperkende bepalingen vervallen natuurlijk als de schepen door ernstig zeegevaar worden gedwongen binnen te loopen; in den regel zal men dan echter van de oorlog voerende oorlogsschepen verlangen, dat deze zich weder verwijderen zoodra de reden voor hun binnenloopen heeft opgehouden te bestaan.

In de havens en de territoriale wateren van een onzijdigen staat moeten de oorlogvoerenden zich van elke daad van vijandschap onthouden, zoowel tegenover oorlogs- als koopvaardijschepen. Bevinden zich oorlogsschepen van de beide oorlogvoerende partijen tegelijk in dezelfde neutrale haven, dan mogen zij niet minder dan 24 uur na elkander vertrekken, waarbij aan het eerst aan

gekomen schip in den regel het recht wordt toegekend het eerste te vertrekken. Maakt dit hiervan geen gebruik dan moet het wachten tot minstens 24 uur na het vertrek van de tegenpartij. Deze zelfde regel van 24 uur geldt ook ten opzichte van koopvaardijschepen van de ééne oorlog voerende partij en oorlogsschepen van de andere. De hoogste neutrale autoriteit ter plaatse regelt de volgorde van vertrek en is ook bevoegd die te wijzigen, nadat hij de beide partijen heeft gehoord. In dit geval zal hij gewoonlijk aan ongewapende koopvaarders of aan de zwakste krijgsmacht toestaan het eerst te vertrekken om dus van de 24 uur te profiteeren om vervolging te ontgaan. Door deze regels wordt zooveel mogelijk voorkomen dat van een neutrale haven misbruik wordt gemaakt om aan de tegenpartij een hinderlaag te leggen. De commandant van een oorlogsschip kan van het 24 uur wachten ontheven worden, wanneer hij zich schriftelijk op zijn woord van eer verbindt binnen dien tijd tegenover de schepen, die in het gezicht zijn, kort voor hem of binnen de 24 uur na hem vertrekken, geen vijandelijkheden te plegen, ze niet te vervolgen of gelijken koers met hen te sturen.

Oorlogvoerende schepen mogen in neutrale havens provisiën en andere benoodigdheden koopen en herstellingen verrichten, die bepaald noodig zijn, maar hieraan mag niet zulk eene uitbreiding worden gegeven, dat het schip zich weder ten strijde toerust. Het weder bruikbaar maken van geschut en affuiten, het herstellen van pantseringen, enz. kan slechts beschouwd worden als het verhoogen van de strijdvaardigheid en is dus niet geoorloofd. Om dezelfde reden wordt veelal het innemen van steenkolen beperkt tot de hoeveelheid, die het schip bepaald noodig heeft om de naastbijgelegen haven van zijn eigen land te bereiken.

De neutrale staat heeft het recht te verbieden, dat oorlogsschepen met gemaakte prijzen in zijn havens binnenvallen, waarbij natuurlijk weer eene uitzondering wordt gemaakt voor dringend zeegevaar. Is dit verbod niet uitdrukkelijk bekend gemaakt, dan is hierdoor het recht erkend om er wel mede binnen te komen. In geen geval mag echter worden toegestaan, dat in een neutrale haven prijsgericht wordt gehouden, prijzen of buitgemaakte goederen worden verkocht, verruild of weggeschonken. Hierdoor toch zou in veel gevallen de oorlogvoerende worden ontheven van de moeite om de prijzen naar zijn, misschien verafgelegen, eigen havens te brengen en het gevaar ontgaan, dat ze onderweg werden teruggenomen; het zou dus zijn oorlogshandelingen aanmerkelijk kunnen bevorderen.

Loopt een oorlogsschip met zijn prijs in het territoriale water of de haven van een neutrale staat binnen om aan vijandelijke vervolging te ontsnappen, dan is hierdoor de prijs vrij.

Het meeste belang voor particulieren hebben ongetwijfeld de regels, waarnaar oorlog voerenden zich hebben te gedragen, ten opzichte van particulier eigendom.

Bij den oorlog te land, wordt reeds sedert lang algemeen aangenomen, dat de strijd wordt gevoerd tusschen de regeeringen, die hiervoor gebruik maken van de rechtstreeks in haar dienst staande strijdmachten en niet tegen de ingezetenen, welke geen deel uitmaken van die strijdmacht. In verband hiermede geldt dan ook als regel, dat, zelfs in vijandelijk land, het eigendom van particulieren behoort te worden ontzien zooveel als de noodzakelijkheden van den oorlog dit toelaten. In de praktijk moge hiertegen wel eens gezondigd worden, de theorie wordt slechts door weinigen bestreden en deze verlangt zelfs, dat schadevergoeding wordt betaald, als men genoodzaakt is zich van particulier eigendom meester te maken. Geldt dit voor het eigendom van vijandelijke particulieren, dan natuurlijk des te meer voor dat van neutralen. Als eenige uitzondering hierop wordt erkend het zougenaamde droit d’Angarie”, waaraan, volgens sommigen, een oorlog voerende partij het recht ontleent, om, in geval van overwegende noodzaak, tot zelfbehoud, beslag te leggen voor eigen gebruik op de goederen – met name de schepen – van neutralen. Deze inbeslagname behoort te geschieden met de vormen van courtoisie, die verschuldigd is aan de onderdanen van bevriende mogendheden. Betaling van de volle waarde en volledige schadevergoeding aan de benadeelde personen wordt vereischt. Volgens dit recht werden in December 1870 vijf Engelsche kolenschepen, die te Duclair in de Seine in ballast lagen, door de Duitschers in beslag genomen om die rivier te versperren voor Fransche kanonneerbooten. De gezagvoerders ontvingen eene schriftelijke belofte tot vergoeding van de volle waarde. Of ook de zeelieden schadevergoeding

« 이전계속 »