페이지 이미지
PDF
ePub

Inklaringen te Rotterdam, Antwerpen en Hamburg de laatste 10 jaar. Ten einde voorts een beeld te geven van de beteekenis in vergelijking met de andere havens, die tot op zekere hoogte in dezelfde omstandigheden verkeeren, geven wij hieronder een vergelijkend staatje.

[merged small][merged small][merged small][merged small][merged small][merged small][merged small][merged small][merged small][merged small][merged small][ocr errors][merged small][ocr errors][merged small]
[ocr errors]

996

[ocr errors]
[ocr errors]

1891.

[ocr errors]
[ocr errors]
[ocr errors]
[ocr errors]
[ocr errors]
[ocr errors]

Gemiddelde tonnenmaat der ingeklaarde schepen in die drie havens. De gemiddelde tonnenmaat der op die drie havens ingeklaarde zeeschepen was dus :

Hamburg, Antwerpen. Rotterdam. 1888. . . . 578

824

601 1889. . . . 595

929

613 1890. ... 606

643 1052

665 1892. . 658

1041

705 1893. . . 669

1062

757 1894. . . . 679

1079

797 1895. . . . 662

1152

803 1896. . . . 615

1182

838 1897. . . . 600

1217

870 Zooals uit bovenstaande cijfers blijkt is de gemiddelde tonnen

[ocr errors]
[ocr errors]
[ocr errors]
[ocr errors]

.

[ocr errors]

maat der te Antwerpen binnengekomen schepen belangrijk grooter dan te Rotterdam en te llamburg, en is ook de tonnenmaat van het totaal der te Antwerpen ingeklaarde zeeschepen grooter dan te Rotterdam, niettegenstaande het aantal kleiner is.

Invoeren van goederen te Rotterdam en te Antwerpen 1892-1897. De verklaring hiervan ligt in het aantal stoomschepen die te Antwerpen bijlading komen innemen. De hoeveelheden der ingevoerde goederen waren in tonnen van 1000 kilo's :

Rotterdam.

Antwerpen.
1892 4.278.849 3.674.761
1893 4.936.896 3.911.039
1894 5.686.320 4.311.543
1895 6.102.419 4.636.490
1896
7.519.066

5.853.869
1897

8.484.789 6.183.370 Aantal schepen met opgaaf van diepgang door den Waterweg binnengekomen. Als gewoonlijk bezorgden wij in het begin 1898 de uitgave van een overzicht van het aantal schepen, die door den Waterweg op Rotterdam in 1897 werden ingeklaard, waarbij een lijst, vermeldende van de grootste schepen den datum der inklaring, den naam, of het een zeil- of stoomschip was, de vlag, plaats van herkomst, aard en hoeveelheid der lading en eindelijk den diepgang.

Voor ruime verspreiding buiten 's lands van deze opgaven wordt steeds gezorgd, terwijl die statistiek ook wordt toegezonden aan onze consuls in den vreemde, voor wie wij denken dat dit nuttig kan zijn in het belang van onze haven.

Wij laten hier volgen eenige bizonderheden aan die opgave ontleend. Aantal binnengekomen schepen in den Waterweg:

1897.

1896. Diepgang tot 22 voet. .... 5810 5533 boven 22, 23 . . . . . 240

243
23 24 . . . . . . 115
24 25 . . . . . 33

33
, 25 26 . . . . . 10
o 26 voet . . . . . . . 4
Totaal. . . . . . 6212

5905 metende bruto . . . . 23.868.319 M3. 21.796.999 M'.

, . . . . . 8.434.035 ton 7.702.120 ton.

[ocr errors]

of

[ocr errors]
[ocr errors]
[ocr errors]
[ocr errors]
[ocr errors]
[ocr errors]
[ocr errors]
[ocr errors]
[ocr errors]

Bij deze cijfers wordt de inhoudsmaat bruto opgegeven, omdat sedert 1886 de havengelden worden geheven naar bruto tonnenmaat.

Neemt men nu daarbij in 1896 2540 visschers vaartuigen en 59 vreemde sleepbooten, en in 1897 2480 visschers vaartuigen en 57 vreemde sleepbooten, dan komen wij tot 1896 binnengekomen vaartuigen 8503, 1897 binnengekomen vaartuigen 8749.

Vischhandel. De omvang van den vischhandel blijkt uit onderstaande cijfers van den opbrengst van de visch bij den afslag op de vischmarkt over de laatste 10 jaren.

in 1888. . . . . . f 222.939,10

1889 . . . . . . . 232.971,90
1890. ..

237.667,10
1891. . .

258.523,15 1892. . .

283.941,35 1893. . .

284.088,55 1894. . . . .

304.442,30 1895 . . . . . , 296.397,10

1896. . . . . . 329.591,95

n 1897 . . . . . . ,310.970,90 De cijfers der haringvangsten, benevens de uitvoeren naar Duitschland, België en Amerika, waren volgens het verslag van het College voor de zeevisscherijen over 1896 :

Uitvoeren
Vangsten

in vaten. Duitschland. België. Amerika. Andere landen. 1887 342.559 217.093 23.493 20.547 6.833 1888 341.789 216.820 16.947 21.393 11.107 1889 407.092 262.480 20.380 19.673 8.207 1890

425.165 239.473 20.700 12.893 10.026 1891 375.537 177.373 21.910 10.574 8.520 1892 591.277 276.353 30.703 18.127 7.833 1893 585.335 290.793 25.100 10.600 11,178 1894 585.466 292.620 21.340 13.127 18.093 1895

494 422 249.133 26.333 46.107 13.947 1896 530.488 247.380 27.893 21.613 22.466

1897 352.394 (*) (*) De cijfers der uitvoeren in 1897 kunnen wij nog viet geven.

(Slot volgt.)

Vonnis van den Raad van Tucht voor de

Koopvaardij.

De Raad van Tucht voor de Koopvaardij.

Gelet op de missive van Zijne Excellentie den Minister van Waterstaat, Handel en Nijverheid, dd. 11 Mei 1898, No. 147, afdeeling Handel en Nijverheid (le onderafdeeling), waarbij de Raad wordt uitgenoodigd om te onderzoeken of de schipbreuk van het Nederlandsche Stoomschip „Bussum” op 26 Maart 1898 geacht kan worden door eenige daad of nalatigheid van den schipper Th. Wettre te zijn veroorzaakt;

Gezien de in afschrift daarbij aan den Raad toegezonden missive van den Nederlandschen Consul te Duinkerken dd. 30 Maart 1898 met rapport van dien Consul aangaande voormelde schipbreuk, en met rapporten van den schipper Jacques Jannekeyn der reddingsboot van Duinkerken dd. 26 Maart 1898 en van den schipper Louis Vanpouille der Fransche reddingsboot „Progrès" dd. 30 Maart 1898;

. Gezien de in afschrift overgelegde scheepsverklaring dd. 1 April 1898, door den schipper Th. Wettre met de bemanning van het stoomschip „Bussum" voor den Nederlandschen Consul te Duinkerken afgelegd;

Gehoord de onder eede afgelegde verklaring van den getuige R. Schaap;

Gelet op de in dato 25 Juni 1898 aan den gezagvoerder Th. Wettre beteekende dagvaarding om in 's Raads zitting van 1 Juli 1898 te verschijnen, ten einde zich te verantwoorden aangaande de op 26 Maart 1898 plaats gehad hebbende schipbreuk van het Nederlandsche Stoomschip „Bussum”, waarvan hij gezag voerder was, het onderzoek der zaak bij te wonen, en des verkiezende getuigen te doen hooren;

Gelet op de verschijning van den aangeklaagde op voormelde dagvaarding;

Gehoord de voor den Raad afgelegde verklaring van den gezagvoerder Th. Wettre;

heeft op de hieronder vermelde gronden in de zaak van den aangeklaagde Th. Wettre het volgende beslist:

Uit de voor den Raad afgelegde verklaring van den aangeklaagde, in verband met de scheepsverklaring dd. 1 April 1898 en met de onder eede afgelegde verklaring van den getuige R. Schaap zijn de navolgende feiten gebleken:

Het Nederlandsche Stoomschip „Bussum”, waarvan de aangeklaagde gezagvoeder was, vertrok op Zondag 20 Maart 1898 des voormiddags om 6 uur met eene volle lading hout van Portgrund met bestemming naar Duinkerken.

Het schip liep zonder bizondere voorvallen tot 23 Maart. Om 1 uur voormiddags van dien dag werd het Maasvuurschip gepeild in het Z.,0., met eene frissche koelte van het W.Z.W., terwijl het dik was van regen en mist. Ongeveer op de hoogte van de Hinder heeft het schip over bakboord slagzij gekregen, Het is bijgedraaid tusschen de Hinder en Noord-Foreland ongeveer om 3 uur 's namiddags den 23sten Maart, is toen eerst recht komen te liggen met wind van den anderen kant, en heeft spoedig daarna over stuurboord slagzij gekregen nog al erg, van 20° tot 25°. De deklast was 12 voet hoog en schoof niet over. ' Vermits vermoed werd, dat de voortank lek was en daardoor water in het ruim was gekomen, is gepompt, en aanvankelijk is ook water gevonden, later echter niet meer, doch het schip bleef even sterk over stuurboord hellen. Op Donderdag 24 Maart om 4 uur voormiddags werd Zuid-Foreland gepeild in het W.Z.W.11.W., met uitgaanden wind tot N., steeds aanwakkerend met zware buien. Denzelfden dag om 10 uur 15 minuten voormiddags werd Calais gepasseerd op 2 mijl afstand in het Z.1,0., en te 12 uur 30 minuten namiddags het Dijkvuurschip.

Om 2 u. 30 namiddags kwam de loods aan boord en men nam de sleeptros van eene sleepboot aan boord.

Om 3 uur brak de sleeptros en de loods vond het raadzaam niet naar binnen te gaan uit hoofde van het zware storm weder en de hooge zee. Men liet het stuurboordsanker vallen en stak 45 vadem ketting; door het nog steeds toenemende weder stak men later 75 vadem. Er werd goede zeewacht geloopen, ankerlantaarns brandend.

Vrijdag 25 Maart bleef de storm den geheelen dag door

« 이전계속 »