페이지 이미지
PDF
ePub
[ocr errors][ocr errors][ocr errors]

voor verschillende waarden van A h en 4 ' berekend.

Als voorbeeld diene het volgende:
Op opgeveer 50° 10' N. b. is waargenomen:
Ware tijd 11" 25'0" h = 18°9'

11" 32'0" h = 18° 18
declinatie = 20° 16' z., vrage de middagsbreedte?
Ah = 9' At = 7m t = 28 en 2 = 0,25

h = 18° 18'
x volgens tafeltje = 0° 16'

: H = 18° 34
90° - H = 71° 26'

d = 20° 16'

N. b. = 51° 10 Indien de lengte der waarnemingsplaats niet juist bekend is, zoodat de aanwijzingen der tijdmeters niet nauwkeurig tot tijd aan boord kunnen herleid worden, dan kan eene tweede breedte berekend worden met eene lengte welke ongeveer 1° met de eerst gebruikte gegiste lengte verschilt. Hierdoor verkrijgt men twee punten op de kaart en evenals bij Sumner's methode, zal de plaats van het schip ergens op de lijn zijn gelegen, welke door die twee punten gaat.

Zijn de twee hoogten aan weerszijden van den meridiaan gemeten, dan beschouwe men de twee hoogten als gemeten aan denzelfden kant van den meridiaan en neme dus beide uurhoeken Oostelijk of Westelijk. De oplossing ondergaat hierdoor geene verandering, zooals uit de navolgende voorbeelden blijkt: 1) Op ongeveer 52° N. b. is waargenomen: . ware tijd a/b. = IU 12m o © h = 19° 13:5

, „ = ou 30m o @ h = 19° 42. O :. De tweede uurhoek Oostelijk rekenende is:

[ocr errors][ocr errors]
[ocr errors][ocr errors]

At = 1, 3 en 9 h = 270', 6. .......

[ocr errors][ocr errors]

voor 0,1 verandering van At verandert x 6', 3

dus voor 0,08 verander. van At verandert x 6.3 x 0.8 = 5

t * voor At = 1, 38 en 9 h = 270'. 6 ....... 0° 58', 1

h = 11° 22', 4 Middagshoogte = H = 12° 20', 5,

N = 77° 89,53 od = 21° 53', 3

Z. b. = 55° 46', 2 In het tweede voorbeeld is de Oostelijke uurhoek aanmerkelijk grooter dan iu. Het voorbeeld is evenwel aldus gekozen om aan te toonen hoe bij kleine meridiaanshoogten ook dan nog een vrij juist resultaat wordt verkregen. Lost men namelijk het vraagstuk op volgnes de strenge methode van Lobatto en Hazewinkel, dan is de uitkomt 55° 44', en ver:schilt dus slechts ruim 2' met de hierboven verkregen uitkomst.

De hier behandelde methode kan ook toegepast worden op

waargenomen stershoogten; men zij dan evenwel indachtig om den verloopen tijd tusschen de waarnemingen tot sterretijd te herleiden.

[ocr errors][merged small][ocr errors][ocr errors][merged small][merged small][subsumed][ocr errors][ocr errors][subsumed][subsumed][merged small]

Het Zeevaartkundig onderwijs in Nederland.

--

Onder dien titel verscheen in No I van dit tijdschrift een opstel van den Heer J. P. J. Lucardie. In het midden latende in hoeverre ZEds. beweren gegrond is, dat dit onderwijs hier te lande zeer slecht is, wenschte ik liever in eenige korte trekken het door ZEd. gestelde programma van de examens voor gezagvoerders te bespreken.

Die eischen zijn, dunkt mij, wel wat hoog gesteld, en om zulks te bewijzen, kunnen wij niet beter doen dan ZEds. programma stuksgewijs te behandelen. Gaarne zij voor een oogenblik aangenomen dat het programma slechts in zeer algemeene trekken is aangegeven, doch ook dan is het nog te zwaar en aldus onbereikbaar. Van 1° tot 3° zijn wij het met den geachten steller eens en willen wij daar niets op afdingen; doch wat verstaat ZEd. onder sub 4. „De natuurkundige kennis der zeeën, winden en stroomen ?”

Indien dit alleen ziet op de kennis der passaten, moussons en groote zeestroomingen, dan hebben wij er vrede mede, doch een weinig meer duidelijkheid ware niet overbodig geweest.

Onder 5 vinden wij: „De stcom werktuigkunde.”

Ook dit is vrij onbepaald, aangezien iedereen weet dat eene oppervlakkige kennis daarvan in voorkomende gevallen meer nadeel doet dan eene volslagen onbekendheid, en tevens dat eene grondige kennis der stoomwerktuigkunde, als een speciaal vak zijnde, ook eene speciale opleiding vereischt, evenals de artillerie en genie, en hare beoefening een menschenleven.

Ook komt de bekendheid met de stoomwerktuigkunde ons voor een gezagvoerder als geheel onnoodig voor ; ten bewijze daarvan diene, dat de meeste zoo niet alle gezagvoerders onzer groote stoomschepen niet alleen nimmer iets van de stoomwerktuigkunde hebben geleerd, doch vroeger wellicht nimmer den voet aan boord van een stoomschip hebben ge

Onder meer duidelijkheid hebben wij er

zet, en zoo maar in eens van een zeilschip daarop zijn overgeplaatst.

Niettemin commandeeren zij hunne bodems uitstekend, volbrengen de reizen op de prachtigste wijze en gevoelen zich geheel op hunne plaats. En indien de Directiën der stoomvaartmaatschappijen ook niet begrepen dat er voor de machinekamers hunner schepen een speciaal personeel, wier werkkring niet als bijzaak door den gezagvoerder mag worden beschouwd, benoodigd ware, dan zouden zij zich immers de zeer hooge traktementen, die dat personeel geniet, niet gaarne getroosten. — Wij vermeenen dus niet te veel te zeggen, indien wij de stoomwerktuigkunde, evenals het timmeren, smeden, zeilmaken en koken, een speciaal vak noemen, waarvan de kennis van een gezagvoerder nimmer kan worden gevorderd.

Onder 6 staat aangegeven : „Handel en warenkennis, administratie van goederen en gelden.”

Bij de genoegzaam algemeene vrachtvaart kan men, dunkt ons, een uitstekend geschikt gezagvoerder zijn, zonder eenige de minste handels- of warenkennis te bezitten. Dat men mij niet verkeerd versta, daar een gezagvoerder, die niet weet wat een wissel is, of wat het woord bodemerij beteekent, ook in ons oog op een zeer lagen trap van ontwikkeling zoude staan.

Doch warenkennis kan, met uitzondering der vaart op de kust van Afrika, alwaar de gezagvoerder zelf zijne lading moet verkoopen en de retourlading inkoopen, zeer goed worden gemist--- En dan is het woord warenkennis ook zoo onbepaald.

Geen enkele chef van een groot handelshuis bezit groote. kennis van al de verschillende waren waarin hij handel drijft, aangezien hij daartoe de makelaars in koffie, thee, suiker, tabak, rijst, indigo, enz. enz, gebruikt, die ieder wel van hun speciaal vak op de hoogte zijn doch geene algemeene warenkennis bezitten.

Wat overigens een gezagvoerder behoort te weten omtrent het administreeren van goederen en gelden, kan alleen betrekking hebben op het beheeren der nalatenschappen van overleden schepelingen of passagiers, en het trekken op of remitteeren van gelden aan zijne Reederij, — Doch dit alles is zoo doodeenvoudig, dat een enkele blik in zijn Wetboek van Koophandel, indien zijn gezond verstand hem soms mocht

« 이전계속 »