페이지 이미지
PDF
ePub
[merged small][ocr errors][ocr errors][ocr errors][ocr errors][merged small][merged small][ocr errors]

over de maand Februari 1879.

Uitgegaan. Binnengekomen. Totaal. Aan-M2. Aan M2. Aan M!

RANGSCHIKKING

VOLGENS

de soort van schepen. Driemastschepen en Barken.

17 | 27.299 || 201 38.633 37 65.932 Brikken.

4 2.399 | 2 1.1916 3.590 Schoonerbrikken en Schooners.

1.359

4.975! 12 6.334 Kleinere vaartuigen.

407

461 5 t) 868 Stoomschepen. | 32 | 32.937 i 37 41.740 | 69 | 74.677

Totaal ... 58 | 64.401 | 71 | 87.000 ' 129 151.401

[ocr errors]

de natie.

Nederlandsche. 18 16.046 | 25 31.042 43 47.088 Engelsche.

27 | 33.063 33 39.424 1 60 72.487 Noordsche.

9 9.463 51 5.829 14 | 15.292 Duitsche.

2 2.550 5! 6.104 71 8.654 Deensche. 1 1.689

Il 1.689 Amerikaansche.

I 1.590 I 1.510 1 2 3.100 Russische.

1.692 1.692 Spaansche.

1 1.399 1 1.399 Totaal . . .| 58 | 64.401 || 71 | 87.000 || 129 151.401

den diepgang: Van o tot 30 d. M. 11 8.034 8 2.330 19 10.364

, 31, 40 , 34 34.423 | 29 | 24.196 63 58.619 19 41 50

II 17.912 24 31.900 " 35' 49.812 » 51 60

2.135 8 19.936 9! 22.071 , 61 d. M. en hooger. 1 1.897 | 2 8.638

10.535 Totaal ... 58 64.401 7187.000 129 151.401 De hoogste waterstand was 81 d. M. » laagste

56 » grootste diepgang » 65 „ kleinste 12

, 2012 t) Waaronder i inspectievaartuig binnengekomen.

Toetsing eener methode, waardoor ten allen tijde de afwijking van het kompas kan

worden gevonden.

DOOR

W. VAN. HASSELT.
Luitenant ter zee 2e klasse. Gedetacheerd bij het Koninklijk

Nederlandsch Meteorologisch Instituut.

Ontwikkeling der Methode.

In het tweede deel der Handleiding tot de Theoretische en Practische Zeevaartkunde van D. J. Brouwer, komt o. a. eene zeer duidelijke uiteenzetting voor van den invloed van het scheepsijzer op het kompas en van de afleiding eener formule voor de afwijking (blz. 361 en volgende). De daarin voorkomende letters zijn, op enkele uitzonderingen na, die welke door dr. F. J. Stamkart in 1856 zijn ingevoerd, in eene verhandeling over de afwijking van het kompas enz”.

Overtuigd zijnde dat eenheid in dit opzicht kan bijdragen tot beter begrip van hetgeen, ook in het buitenland, wordt geschreven, zal ik van onze landgenooten afwijken, wat het gebruik dier letters aangaat, en mij houden aan de thans algemeen in gebruik genomene, n. 1. die welke in ,,The Admiralty manual for the deviations of the compass” voorkomen.

De bekende formule van Archibald Smith, afgeleid uit de theorie van Poisson, wat aangaat het geïnduceerd beweeglijke en het daaraan door Airy toegevoegde, betrekkelijk het subpermanente magnetisme, is: Sin d = I cos + Bsin + C cos' + sin (5 + 5) + Ecos (5 + 5") De Zee 1879.

10

Eene vergelijking van deze met de formule (III), voorkomende op bladz. 369 van meergenoemde handleiding van Brouwer, zal onmiddellijk het verschil in letters voor de gebezigde coëfficienten aantoonen.

Hierin is $ de afwijking van het kompas uit het magnetisch Noorden, Ġ den koers volgens dat Noorden en den koers volgens het afwijkende kompas.

De coefficienten A, D en E, die alleen afhangen van het door horizontale inductie verkregen beweeglijke magnetisme, zijn zoolang de ijzermassa's onveranderd blijven constant voor een bepaald schip.

Ben echter zijn veranderlijk, daar zij afhangen van het sub-permanente en van het door verticale inductie verkregen beweeglijke magnetisme.

Het komt mij eigenaardiger voor het zoogenaamde geinduceerde magnetisme te noemen het beweeglijke, gelijk Dr. F. J. Stamkart dit reeds doet op bladz. 31 van: „De regeling der kompassen aan boord van ijzeren en houten schepen." De Engelschen noemen het „transient”. Zoo ook, alleen te spreken van sub-permanent magnetisme, waar het 't zoogenaamde vastgelegde magnetisme geldt, dat toch nimmer volkomen permanent is, al veroorlooft de practijk het, eenigen tijd nadat de bouw voleindigd is, als zoodanig te beschouwen. De wijze waarop B en C afhangen van voornoemd subpermanent en beweeglijk magnetisme, wordt uitgedrukt door de formulen :

3= 1 + q tang
OrI + tango

waarbij H de horizontale intensiteit van het aard-magnetisme en © de inclinatie.

en hebben betrekking op het sub-permanente, çen op het door verticale inductie beweeglijke magnetisme. Het korte bestek gedoogt niet hier nader de beteekenis dier coëfficienten aan te toonen. Het is thans ook slechts mijn doel, op een practisch voordeel van 't gebruik der formule

van Archibald Smith te wijzen, gelijk dat reeds in Augustus
1877 in de Annalen der Hydrographie und Maritimen Meteo-
rologie met een enkel woord door den Heer C. Koldewey
gedaan is.

Stellen wij in bovenstaande waarden voor C en B,

[ocr errors]

Spreke Stig belen, door

dan zijn x en x' voor een bepaald schip constante groothe-
den, afhangende van het beweeglijke, en y en y' van het sub-
permanente magnetisme.

De twee laatste grootheden zijn eigenlijk niet constant
doch mogen, eenigen tijd nadat het schip in de vaart is,
voor de practijk, als ten naastenbij zoodanig beschouwd
worden.

Ware mij meer ruimte gegeven, dan zoude ik deze laatste bewering gaarne met voorbeelden staven. Nu wil ik mij bepalen tot het navolgende citaat uit eene lezing, gehouden in de Royal United Service institution, door den op het gebied van magnetisme zoo gunstig bekenden captain Evans der Engelsche marine. Sprekende over het sub-permanente gedeelte der semi-circulaire afwijking, zegt hij :

„The general proposition, that a great reduction takes place „in the magnetism of a ship on first changing her position af„ter launching, but that after a few months' service the „magnetism acquires a comparatively stable character, is sus„tained by evidence extending over many years.”

De formule van Archibald Smith kan, wanneer de afwij-
kingen niet grooter dan 20° zijn, benaderd aldus worden voor-
gesteld :

ď =A+B sin " + C cos + D sin 26 + E cos 2 5.
A, B, C, D en E zijn hier in bogenmaat uitgedrukt.
A, B, C, D en E zijn nagenoeg de sinussen dier bogen. Wij
hebben dan:

B= y 1 + x tang @ en C = y' + + x' tang @

en dus $=(y sin &'+y'cos (xsin ' + x'cos S') tang 0 + A+D sin 2 + Ecos 26

« 이전계속 »