페이지 이미지
PDF
ePub

abnormalen toestand brengen, dat er in de werkelijkheid niets van zou overblijven. Het zou daarom misschien zeer wenschelijk zijn, zoo de commissie tot examineering kon besluiten, dergelijke vraagstukken steeds, hetzij door figuren op bord, hetzij door modellen, eenigszins aanschouwelijk te maken. Wel zal daarvoor ook meer tijd vereischt worden, doch nu moet naar één of twee vragen, en de antwoorden daarop, zeer dikwijls een geheel vak beoordeeld worden, en zulks is toch zeker niet altijd mogelijk.

Maar aan den anderen kant is het ook waar, dat de bedoelde vakken, zooals de werking van den wind op de zeilen en het roer en het manoeuvreeren, te veel beschouwd worden als van enkel practischen aard, die men meent dat door ondervinding of afzien van andere stuurlieden of gezagvoerders moet opgedaan en op de zeevaartkundige scholen enkel in voorbeelden geleerd worden, in plaats van die ook theoretisch te behandelen door er de redenen „waarom" bij te voegen. Ook dit komt echter hoofdzakelijk weder door den te korten tijd, dien de zeelieden op de zeevaartkundige scholen doorbrengen en het gebrek aan geregeld onderwijs dat op de meeste kan gegeven worden.

Van het examen in de kennis van het stoomwerktuig en in vreemde talen, waarvan de commissie ook terecht een zeer treurig tafereel ophangt, valt weinig te zeggen. Die vakken worden op slechts weinige zeevaartkundige scholen onderwe. zen, en waar men er iets aan doet, is de tijd te kort en de inrichting van het onderwijs te gebrekkig om het met vrucht te onderwijzen.

De Commissie verklaart ten slotte, dat ook zij met genoegen vernomen heeft, dat eene regeling van het zeev. onderwijs bij de wet door den Minister van Waterstaat, Handel en Nijverheid in overweging is genomen.

Niet alleen de Commissie, maar ieder die bij het zeev. onderwijs belang heeft, zoowel de zeeman als de reeder, koopman en assuradeur, zal het voornemen des Ministers van harte toejuichen en wenschen dat die regeling spoedig en afdoend moge verschijnen. Veel is reeds gewonnen, nu in plaats van 7 of meer slechts één algemeene Rijks-Commissie bestaat. Nu worden ten minste allen met dezelfde maat gemeten en behoeft niet meer de kans van slagen bij de een of andere

Nothing of meeverschijnenschen decomem

Commissie gewikt en gewogen te worden. Dat is reeds een groote en goede stap voorwaarts, onverschillig dan ook de wijze waarop of het programma waarnaar die Commissie examineert.

Voor eene verdere verbetering van het zeev. onderwijs zal natuurlijk alles afhangen van die wettelijke regeling door den Minister toegezegd. Zullen er scholen in den geest van de Amsterdamsche kweekschool verrijzen, waar jongelingen, die nog niet gevaren hebben, voor hunne bestemming worden opgeleid, of zal de Minister de bestaande en nog op te richten scholen, die noodig blijken, geldelijk steunen, of zullen er Rijks-scholen komen als de tegenwoordige gemeentelijke of particuliere? Ziedaar reeds drie verschillende wijzen, die zeer verschillende resultaten, kosten enz. zullen geven. Zeer veel is te zeggen voor de eerste wijze: Kweekscholen voor onbevaren jongelui. Daarbij heeft men het voordeel dat, door den leerlingen tevens huisvesting en voeding te geven, zulke scholen ook bereikbaar zullen zijn voor den stand waaruit een groot deel onzer tegenwoordige stuurlieden voortkomt. Ook zal daar de theoretische zeevaartkunde althans op beter grond vallen en beter ontwikkeld en bewaard worden, dan wanneer zeelieden van hoogeren leeftijd zulks ontvangen; de practische zeevaartkunde zal echter voor die jongelieden minder bevattelijk zijn dan voor hen, die reeds een paar reizen deden, en bekend zijn met schip en tuig, zeemanstaal en zeemansleven. Maar een grooter bezwaar tegen dergelijke inrichtingen zou zijn, dat vele zeelieden, die òf op dien jeugdigen leeftijd nog geen neiging voor het zeemansleven gevoelen, òf die door een te groot aantal sollicitanten op die scholen niet geplaatst kunnen worden, al bezitten zij de vereischte kundigheden en aanleg, daardoor verstoken zouden zijn van degelijk onderwijs of zich, om dat te verkrijgen, zeer groote opofferingen zouden moeten getroosten, tenzij er met de verbetering van het zeev. onderwijs ook eene groote verbetering in de gages mogelijk was; men zou dan de eischen hooger kunnen stellen en betere ontwikkeling in de jeugd kunnen verlangen. Zoolang dat echter niet doenlijk is door den tegenwoordigen toestand van den handel, zal dit steeds een groot bezwaar blijven. : 0. i.. zou de beste wijze zijn de bestaande zeev. scholen,

of enkele dezer, of meerdere, naar gelang der behoeften, zoodanig te subsidieeren, dat daar onderwijs gegeven kan worden zooals het behoort, bij allen zooveel mogelijk naar eenzelfde programma en onder één algemeen toezicht. Dan zou ook het Programma voor de stuurmans-examens uitgebreid kunnen worden en het tegenwoordige, dat buitendien vele leemten bezit, kunnen vervangen. Voorzeker zou men er dan ook op bedacht dienen te zijn, dat de aanstaande stuurlieden gedurende den studietijd ook anderen behoeften hebben. Door uitreiking van beurzen of door hen, die zulks noodig hebben, op de een of andere wijze voor weinig geld logies te verschaffen, zou ook dat bezwaar gemakkelijk uit den weg te ruimen zijn, en waar zooveel tonnen gouds besteed worden aan verschillende takken van onderwijs, zouden voorzeker eenige duizenden guldens voor een vak, waaraan ons land de vroegere grootheid en nog tegenwoordig een groot deel van zijn bestaan te danken heeft, waarlijk niet onnut besteed zijn. Dan zou ook vanzelf de zeemansstand, althans die van gezagvoerder en stuurman, weder meer in aan zien komen en de aloude roem gevestigd blijven, waarop nu wel eens wat valt af te dingen. Die stand is toch ook 200 slecht niet, als wel eens voorgesteld wordt, daar hij nog met vele zeevarende natiën, vooral in het wetenschappelijke, kan wedijveren.

Gaarne zouden wij ook zien dat bij eene nieuwe regeling het examen voor alle stuurlieden verplichtend gesteld werd, zoowel in het belang der gezagvoerders en stuurlieden zelven als in dat van alle belanghebbenden bij de scheepvaart.

Wij eindigen daarom met denzelfden wensch die reeds vroeger in dit Tijdschrift werd uitgesproken: dat wij hopen, dat deze Regeering, overtuigd van het groote belang, binnenkort eene wet zal indienen waarbij het Zeev. onderwijs geregeld wordt naar de eischen van den tegenwoordigen tijd, en wij twijfelen dan ook niet, of onze beide Kamers der Staten-Generaal, waarin zoovele mannen zitting hebben, die aan handel en scheepvaart verbonden zijn, zullen medewerken om iets goeds, iets degelijks ook in dat opzicht voort te brengen.

[merged small][ocr errors]

De Scheepsbrandspuiten der Koninklijk

Nederlandsche Marine.

Brand a/b. van een oorlogsschip komt gelukkig slechts zelden voor, en wij stemmen gaarne toe, dat het gevaar er voor en door de zorgvuldige bepalingen ter voorkoming en door de sterke bemanning, waardoor bijna geen hoekje in 't schip onbewaakt blijft, niet groot is.

Toch kan 't gebeuren, en de meeste schepen van oorlog zijn dan ook wijselijk van brandspuiten voorzien. Wat echter de reden mag zijn dat deze brandspuiten niet, evenals het grootste gedeelte van het materieel, met de eischen des tijds zijn medegegaan, kunnen wij niet vermoeden.

Geschiedde het omdat brand slechts zelden a/b. voorkomt, dan had men met evenveel recht het geschut onveranderd kunnen laten, want ook voor de meeste schepen is 't een zeldzaamheid dat zij werkelijk in 't vuur komen.

Als men het binnenwerk der marine-brandspuiten, dat trouwens nog al geheimzinnig achter een houten en koperen bak verscholen is, aandachtig beschouwt, zal men zeker met ons tot de conclusie komen, dat er bijna geen werktuig a/b. bestaat dat primitiever geconstrueerd is.

De werking der spuiten is dan ook zeer middelmatig en ver beneden 'tgeen men tegenwoordig mag verwachten.

Eenigen tijd geleden had ik de eer Z. E. den Minister van Marine op deze omstandigheid opmerkzaam te maken en tevens eenige aanwijzingen te doen om, als overgangsmaatregel, de bestaande spuiten zonder groote kosten aanmerkelijk te verbeteren. Ik mocht de voldoening smaken, dat weldra besloten werd successievelijk alle scheepsspuiten naar deze gegevens te veranderen, en dat men bij het aanschaffen van nieuwe brandspuiten een constructie heeft aangenomen, in de meeste opzichten voldoende aan de eischen, welke men tegenwoordig aan een goede brandspuit kan stellen.

Wij stellen ons voor een korte beschrijving te laten volgen van:

a. De nieuwe brandspuiten, onlangs door de Marine aangeschaft.

b. De bestaande brandspuiten met de veranderingen, welke daarop werden toegepast, en waardoor deze voor + f 50 per stuk een ruim 20% meerdere wateropbrengst verkregen.

a. De nieuwe marine-spuit, waarvan de vervaardiging aan de firma H. Belder en Co. te. Amsterdam werd opgedragen, bestaat uit de volgende deelen :

1. Een onderstuk van gegoten koper, vormende een langwerpigen bak, welke door een plughuis in twee gelijke deelen verdeeld wordt.

Het plughuis heeft door 2 openingen gemeenschap met de overige deelen yan het onderstuk. Het is inwendig zuiver uitgeschuurd om een plug, waarin de beide zuig- en perskleppen geplaatst zijn, luchtdicht te kunnen herbergen.

In het bovenvlak van het onderstuk bevinden zich 2 openingen, waarin de cilinders of pompstukken geplaatst moeten worden.

Een 3e opening in het midden dient tot bevestiging van den pers-luchtketel. In het achtervlak is een opening voor de zuigpijp en in het voorvlak van de plug een opening voor de perspijp.

2. De cilinders of pompstukken zijn mede van gegoten koper, zuiver uitgeboord tot een middellijn van 15 c.M. De bovenrand is iets wijder tot het gemakkelijk inbrengen van den zuiger. Zij zijn in schuine richting op het onderstuk geplaatst, rusten daarop met een flens en zijn er met 4 schroeven aan bevestigd.

De plaatsing in schuine richting geschiedde tot vermindering der schadelijke ruimte, d. i. de ruimte, welke overblijft tusschen de zuigklep en den zuiger, als deze in zijn laagsten stand staat. Verder was zij wenschelijk ter verkrijging van een voordeelige beweging van de balans voor de pompers.

3. De pers-luchtketel heeft een peervormige gedaante en een inhoud van 8 maal den cilinder. Hij is met een schroef op het plughuis bevestigd en staat in gemeenschap met een kanaal in de plug boven de perskleppen.

« 이전계속 »