페이지 이미지
PDF
ePub

en ook het bezwaar, dat daartoe speciaal ingerichte schepen gevorderd worden, heeft er dan ook toe geleid naar betere en vooral meer goedkoope methoden uit te zien.

Men heeft gemeend die te vinden in het torpedokanon, waarmede de vischtorpedo van dek en in alle richtingen kan worden voortgeschoten.

In hoofdzaak komt dat kanon neer op een messingen koker, waarin de torpedo van achteren ingeschoven wordt, en welke koker in verbinding staat met een affuit, dat de reservoir is van gecomprimeerde lucht, die den torpedo uit den koker drijven moet.

Hoe practisch dit kanon schijnbaar zijn moge, geeft ook deze schietmethode aanleiding tot gegronde bedenkingen.

Immers wat heeft er plaats, wanneer bij spiegelglad water de torpedo, b. v. in de richting van de kiel afgeschoten, het wateroppervlak onder een niet te grooten hoek treft? De torpedo mal dan onderduiken, doch, evenals een kogel, eenige aanslagen maken alvorens op de goede diepte zijne baan te vervolgen.

Maar zal dan de richting van beweging nog samenvallen met het richtvlak? Waarschijnlijk niet, en in nog mindere mate, wanneer het wateroppervlak niet glad, maar kabbelend is.

Doch als nu eens de torpedo niet afgeschoten wordt in het vlak, gaande door kiel en stevens, maar in een vlak, dat daarmede een hoek maakt?

In dat geval heeft de torpedo in de eerste plaats de snelheid, hem door het kanon medegedeeld, en in de tweede plaats de snelheid van het schip tijdens het afschieten.

Onder den invloed dezer beide snelheden schiet dan de torpedo te water, en nu is het gemakkelijk na te gaan, dat zijne richting van beweging veranderen moet door den grooteren weêrstand dien bij dat induiken het vóóreinde des torpedo's van het water ondervindt, wanneer zijn achtereinde nog daarbuiten is.

De torpedo zal dus draaien om een as, die in het eerste oogenblik zeer vóórlijk ligt, doch zich snel naar achteren verplaatst, naarmate hij dieper inschiet.

Stelt men zich dezen torpedo voor, na de eerste induiking één- of tweemaal uit het water springende, dus telkens onder omstandigheden om nieuwe afwijkingen te doen geboren worden, en verder een weinig zee, dan zal het wel geen betoog behoeven, dat de treskans met dit torpedokanon veel te wenschen moet overlaten, en slechts gunstige resultaten te verwachten zijn tegen een doel op korten afstand.

De derde en eenvoudigste wijze om den vischtorpedo te lanceeren, is door hem te plaatsen in een koker, die op eene bepaalde diepte buiten boord gehangen wordt, wanneer de torpedo zal worden gebruikt.

Wordt dan de machine van den torpedo te werk gesteld, dan loopt hij door eigen vaart den koker uit; men behoeft hierbij geen gecomprimeerde lucht als moteur, en afwijkingen, voortvloeiende uit het in beweging stellen door van achter aangebrachten druk, komen hier niet voor.

Deze methode heeft echter het nadeel, dat de torpedo slechts in de richting van kiel en stevens gelanceerd wordt.

Daar ons niet bekend is op welke wijze het aanhangen van den koker buiten boord geschieden moet, zoo kunnen wij ook niet beoordeelen in hoeverre de moeielijkheden overwonnen zijn, die, in niet kalm water, bij een schip in vaart, noodwendig bij zoodanige manoeuvre moeten voorkomen. —

Tot nog toe bespraken wij slechts de afwijkingen, voortvloeiende uit de eigenaardige inrichting van den vischtorpedo, en uit de verschillende bekende lanceermethodes, doch lieten een grooten factor voor derivatie van den voortgeschoten torpedo buiten beschouwing.

Wij bedoelen namelijk den invloed van het stroomende water; een invloed van aanbelang bij een lichaam, dat zich betrekkelijk langzaam door het water beweegt.

En het ligt voor de hand, dat het bij het richten van den torpedo in rekening brengen van de kracht en de richting van den stroom alles behalve eenvoudig is, vooral ook omdat het waarnemen van stroomsnelheid en richting niet gemakkelijk gaat.

Bovenstaande beschouwingen résumeerende, vinden wij dat, om in het meest algemeene geval een vooraf ingeschoten vischtorpedo met een vijandelijken bodem in botsing te brengen, bekend dienen te zijn: a. de vaart en de richting van het vaartuig dat den tor

pedo voortschiet; b. de derivatie van den vischtorpedo, voortvloeiende uit de

eigenaardige lanceermethode;

C. peiling en afstand van het vijandelijk vaartuig, alsmede

diens koers en vaart ; d. de kracht en de richting van den stroom.

Aandachtige overweging van de moeielijkheid, om op ieder gewenscht oogenblik de gegevens te verkrijgen, welke tot de oplossing van het vraagstuk in quaestie noodig zijn, zal meer dan menig volgeschreven bladzijde den lezer in staat stellen een onbevangen oordeel te doen uitspreken over de kans van treffen, die de vischtorpedo in den werkdadigen oorlog belooft.

En met mij zal hij dan zeker onverklaarbaar achten de mededeeling van een autoriteit als Reed, die nog geen twee jaar geleden in het Engelsche Parlement beweerde: dat de vischtorpedo zich over een afstand van eenige honderde yards voortbeweegt met eene snelheid, dubbel zoo groot als die van het snelst stoomende pantserschip, en daarbij in eene baan, zoo nauwkeurig, dat men op dien afstand een tweeden torpedo kan doen gaan door het gat, dat de eerste maakte.

Naar onze bescheiden meening kan de tref kans wel zeer groot zijn, maar dan moet de door den torpedo af te leggen weg klein zijn, en daarbij het vijandelijk schip onder een nagenoeg rechten hoek de torpedobaan snijden; bovendien zal het dan wenschelijk zijn, met het oog op de afwijkingen van den voortgeschoten torpedo, dezen te lanceeren in de richting der kiel van het torpedovaartuig.

In hoeverre nu, onder zulke omstandigheden, het met volle kracht op den vijand instoomen, om hem dwars in te rammen, voorkeur verdient boven het afschieten van een torpedo, is moeielijk te bepalen, bij gebrek aan cijfers, die, voor verschillende afstanden, de trefkans van den vischtorpedo aangeven.

Bij gebrek aan die cijfers meenen wij met het volste recht den vischtorpedo te mogen houden voor een onnauwkeurig, subtiel en samengesteld werktuig.

Maar bovendien een zeer kostbaar wapen, want alleen voor de mededeeling van het geheim eischt de Heer Whitehead meer dan een ton gouds.

Voor een klein land als het onze, met zijne verbazend hooge oorlogslasten, zijn allerminst proefnemingen te verontschuldigen, die tonnen gouds kosten, en misschien geene practische voordeelen opleveren.

Daarom dan ook vinden wij het voorzichtig en verstandig, dat Nederland niet het voorbeeld van andere natiën heeft opgevolgd, waar het goldt den aankoop van vischtorpedo's, die onzes inziens, door het onontwikkeld standpunt dat ze innemen, thans nog onder de dure modeartikelen moeten gerangschikt worden. —

A. G. Ellis. Maart '79.

Over Lengteverschillen.

(Meridian distances)

Onder de zeevarende natiën, welke zich ten doel stellen den zeeman van goede zeekaarten te voorzien, bekleedt Engeland eene voorname plaats. De algemeen in gebruik zijnde Engelsche Admiraliteitskaarten zijn bekend, en zoowel het gehalte als het aantal der nieuwe zeekaarten, welke nog jaarlijks door de Engelsche Admiraliteit worden uitgegeven, getuigen van de moeite en zorg welke men zich in Engeland getroost, om op dit gebied zoo spoedig mogelijk het nieuwste volgens de beste bronnen te kunnen leveren. Doch ook andere natiën beperken zich niet tot het doen vervaardigen van zeekaarten, welke alleen betrekking hebben op zeeën en kusten, die voor hen zelven van aanbelang zijn. Het aantal zeekaarten, dat in Frankrijk door het „Dépôt des Cartes et Plans à Paris" wordt uitgegeven, is mede zeer aanzienlijk, en de meestal smaakvolle en keurige bewerking dier kaarten doet bij den eersten aanblik reeds dadelijk denken, dat ook daar te lande de vervaardiging van zeekaarten als eene hoogst belangrijke zaak voor de zeevaart beschouwd wordt.

De Fransche zeekaarten zijn minder algemeen in gebruik dan de Engelsche, en hoewel het gewaagd zoude zijn daaruit eenige gevolgtrekking ten nadeele van de Fransche kaarten te maken, zal toch reeds bij eene oppervlakkige beschouwing van beide soorten, de practische vorm en het stevige papier van de Engelsche zeekaarten de aandacht trekken. De uitbreidingen van den laatsten tijd der Duitsche marine zijn ook niet zonder invloed geweest op het Hydrographisch Bureau te Berlijn, en ook bij die natie kan het streven worden opgemerkt, om zich onafhankelijk te maken van buitenlandsche kaarten, door zelve kaarten van alle oorden der wereld te vervaardigen. Dat het aantal nieuwe zeekaarten, dat jaarlijks het licht ziet, vrij belangrijk moet zijn, kan blijken uit het navolgende. Door het wisselen van hydrographische bescheiden, dat tegenwoordig tusschen de meeste zeevarende natiën onderling plaats heeft, zijn alleen van Januari 1878 tot Mei 1879 bij de Afdeeling Hydrographie te 's Hage 230 nieuwe drukken van buitenlandsche kaarten ten geschenke ontvangen, en wel van:

Frankrijk .... 73. Noorwegen . . S.
Engeland ....

Portugal ... 4.
Italië ......

België ...
Rusland ..... 14. Chili. ....
Noord-Amerika. . 12. Japan .... 58.

Duitschland ... 12. Van de groote getallen der Fransche en Engelsche kaarten zijn velen verbeterde uitgaven en gecompileerde kaarten, doch merkwaardig vooral is het groote getal Japansche kaarten, welke allen betrekking hebben op Japansche zeeën en kusten, en de namen van Japansche opnemers in de titels voeren; zoowel de bewerking als het schrift, dat gedeeltelijk Japansch en Engelsch is, doet vermoeden dat men aan het onlangs opgerichte Hydrographisch Bureau te Tokio in den geest van het „Hydrographic office” te London tracht werkzaam te zijn.

Wanneer men nu dergelijke buitenlandsche kaarten onderling vergelijkt, en het behoeft niet gezegd te worden dat zulks eene hoogst nuttige studie is, zal men dikwijls stuiten op een gemis aan overeenstemming in de geographische lengten van dezelfde plaatsen op verschillende kaarten. Dit gebrek van de zeekaarten zal minder vreemd toeschijnen, wanneer men be denkt dat nog altijd de vervaardigers van zeekaarten tej kampen hebben met een gemis aan onveranderlijke en internationaal aangenomen gegevens, welke in het belang der eenheid

« 이전계속 »